De ideale hoogte van een fonteintje in het toilet ligt tussen de 85 en 90 centimeter vanaf de vloer. Dit is de bovenkant van het fonteintje of het fonteinmeubel, gemeten vanaf de grond. Op die hoogte kun je comfortabel je handen wassen zonder te ver te bukken of te strekken.
Die standaardmaat geldt voor volwassenen van gemiddelde lengte. Ben je zelf langer of kleiner, of gebruik je het toilet ook regelmatig met kinderen, dan is het slim om die maat iets aan te passen. Hieronder lees je precies waar je op moet letten.
Waarom de hoogte van je fonteintje er echt toe doet
Een fonteintje dat te laag hangt, zorgt voor een gekromde rug elke keer als je je handen wast. Te hoog, en je armen hangen ongemakkelijk omhoog. Omdat je dit meerdere keren per dag doet, merkt je lichaam dat op de lange termijn. De juiste hoogte maakt het dagelijkse gebruik een stuk aangenamer.
In een klein toilet is ruimte sowieso schaars. Een goed geplaatst fonteintje op de juiste hoogte zorgt er ook voor dat de ruimte overzichtelijk en logisch aanvoelt, zonder dat je je eraan stoot of omheen moet manoeuvreren.
Standaard hoogte fonteintje toilet: 85 tot 90 cm
De aanbevolen hoogte van 85 tot 90 centimeter sluit aan bij de standaardmaat van een wastafel in een badkamer, die ook rond de 85 à 90 cm wordt geplaatst. Dat is geen toeval: ergonomisch onderzoek wijst uit dat die hoogte voor de meeste volwassenen comfortabel is om rechtop te staan en te wassen.
Meet je de hoogte van een fonteinmeubel, dan bedoel je de bovenkant van het meubel zelf, niet de kraan. De kraan komt daar uiteraard nog bovenuit. Houd daar rekening mee als je de kraan ook wil onderbrengen binnen een bepaalde wandhoogte of nis.
Aanpassen op je eigen situatie
De standaardmaat is een goed vertrekpunt, maar een paar situaties vragen om een aangepaste hoogte:
- Lange gebruikers (boven 1,90 m): overweeg een hoogte van 90 tot 95 cm om te voorkomen dat je moet bukken.
- Kleine gebruikers of kinderen: een lagere plaatsing rond 75 tot 80 cm is handiger. Je kunt ook een opstapje toevoegen als het toilet wisselend door volwassenen en kinderen wordt gebruikt.
- Rolstoelgebruikers: voor toegankelijke toiletten gelden specifieke richtlijnen. De bovenkant van het fonteintje ligt dan doorgaans rond de 80 tot 85 cm, en er is vrije ruimte onder het fonteintje nodig voor de rolstoel.
Als je met meerdere mensen van verschillende lengtes in huis woont, is 87 à 88 cm een goede middenweg die voor bijna iedereen prettig werkt.
Fonteinmeubel of los fonteintje: maakt dat verschil?
Bij een fonteinmeubel (een fonteintje met een kastje eronder) bepaal je de hoogte van het meubel, en het fonteintje zit daar bovenop. De totale hoogte is dan hetzelfde als bij een los fonteintje: 85 tot 90 cm tot de bovenkant van de wasbak. Het verschil zit in de manier van monteren. Een fonteinmeubel staat op de grond en is daarmee iets makkelijker af te stellen dan een los fonteintje dat je aan de wand bevestigt.
Bij een inbouw- of opbouwfonteintje op een fonteinmeubel telt de dikte van de wasbak mee. Is de wasbak zelf 5 cm hoog, dan moet het meubel op 80 à 85 cm staan zodat de bovenkant van de wasbak uitkomt op de gewenste 85 à 90 cm.
Praktische checklist voor de juiste plaatsingshoogte
- Meet de afstand van de vloer tot de bovenkant van het fonteintje (niet tot de kraan).
- Sta rechtop naast de plek waar het fonteintje komt en houd je handen voor je buik. Die hoogte is een goede indicatie voor een comfortabele wasmaat.
- Houd rekening met de vloerbedekking of tegelhoogte als die er nog niet ligt.
- Check of de kraan die je kiest past bij de hoogte van het fonteintje. Een hoge gebogen kraan op een laag fonteintje kan onhandig zijn in een kleine toiletruimte.
Kort samengevat: plaats het fonteintje in je toilet op 85 tot 90 centimeter hoogte en pas dat aan op de mensen die er dagelijks gebruik van maken. Die paar centimeter verschil bepalen uiteindelijk hoe prettig het toilet aanvoelt bij elk bezoek.

