Een sauna met stenen werkt door het verhitten van een stapel stenen via een kachel, waarna je water over die stenen giet om stoom te maken. Die stoom verhoogt de luchtvochtigheid in de cabine en geeft een intense hittegolf, de zogenaamde löyly. Dit is het klassieke principe achter een Finse sauna en de basis van vrijwel alle saunasessies met stenen.
Het principe klinkt eenvoudig, maar er zit meer achter dan je denkt. De keuze van de stenen, de kachel en de manier waarop je water giet, bepalen samen hoe de sauna aanvoelt en presteert.
Hoe werkt een sauna met stenen precies?
De kachel staat centraal in de sauna, met daarboven een mandje of rooster vol stenen. De kachel verwarmt de stenen gedurende langere tijd, zodat ze de warmte diep opslaan. Goede saunastenen kunnen temperaturen tussen de 80 en 110 graden Celsius bereiken en vasthouden. Als je water over de hete stenen gooit, verdampt dat water onmiddellijk. De stoom stijgt op en verspreidt zich door de ruimte, waardoor je een plotselinge golf van hitte voelt op je huid.
Dit verschilt van gewone hete lucht. Droge hitte voel je geleidelijk, maar stoom raakt je huid direct en intensief. Daardoor lijkt de temperatuur op dat moment veel hoger, ook al blijft het kwik op de thermometer op dezelfde stand staan. Het gevoel van warmte hangt dus sterk af van wanneer en hoeveel je giet.
De stenen: niet zomaar een steen
Niet elke steen is geschikt voor gebruik in een sauna. Saunastenen moeten bestand zijn tegen extreme temperatuurwisselingen. Als een gewone steen snel wordt opgewarmd en daarna direct nat wordt, kan hij barsten of springen. Dat is niet alleen gevaarlijk, het beschadigt ook de kachel.
Veel gebruikte soorten saunastenen zijn vulkanische gesteenten zoals peridotiet, oliviniet en diabaas. Deze stenen zijn dicht van structuur, houden warmte goed vast en breken niet snel. Ze hebben ook weinig poriën, waardoor ze minder snel barsten door de schok van koud water op een hete steen.
Saunastenen moeten regelmatig worden vervangen. Na verloop van tijd raken ze poreus, brokkelen ze af of slaan ze vuil op. Een praktische richtlijn die veel saunahouders hanteren: vervang de stenen ongeveer om de één tot twee jaar, of als je ziet dat ze beginnen af te brokkelen.
Houtgestookt of elektrisch: wat maakt het uit?
De kachel kan op twee manieren worden aangedreven: met hout of met elektriciteit. Beide verhitten de stenen op dezelfde manier, maar er zijn wel duidelijke verschillen in gebruik en gevoel.
- Elektrische kachel: makkelijk in gebruik, snel aan te zetten en nauwkeurig te regelen. De temperatuur stel je in via een thermostaat. Populair in thuissauna’s en sportfaciliteiten.
- Houtgestookte kachel: vraagt meer tijd en aandacht. Je moet het vuur aanmaken en bijhouden, maar veel saunagangers waarderen het ritueel en het stralingswarmte van hout. De warmte voelt voor veel mensen zachter en dieper aan.
Welke je kiest, hangt af van je situatie. Een elektrische kachel is praktischer voor dagelijks gebruik. Een houtgestookte kachel past beter bij een buitensauna op een locatie met voldoende ventilatie en ruimte voor houtopslag.
Zo gebruik je de stenen correct
Het gieten van water over de stenen vraagt een beetje techniek. Giet je te veel water tegelijk, dan koelt de kachel te snel af en krijg je minder stoom dan verwacht. Giet je te weinig, dan merk je nauwelijks verschil.
Een handige werkwijze:
- Gebruik een houten emmer en een kleine houten pollepel.
- Giet het water langzaam en in kleine hoeveelheden over de stenen, steeds ongeveer 0,5 tot 1 deciliter per keer.
- Wacht na elke giet een paar minuten voordat je opnieuw giet, zodat de stenen herstellen.
- Gebruik gewoon water, of voeg een paar druppels etherische olie toe voor een aromatisch effect.
Doe dit nooit met koud water als de stenen erg heet zijn, tenzij de stenen dat aankunnen. Plotselinge extreme temperatuurverschillen kunnen stenen laten barsten en in het ergste geval scherpe stukken de cabine inschieten.
Wat is de ideale temperatuur en luchtvochtigheid?
In een klassieke Finse sauna met stenen ligt de temperatuur tussen de 80 en 100 graden Celsius. De luchtvochtigheid is zonder water gieten laag, rond de 10 tot 20 procent. Na het gieten stijgt die tijdelijk naar 40 tot 60 procent. Die combinatie van hoge temperatuur en tijdelijk verhoogde vochtigheid is kenmerkend voor dit type sauna.
Een infraroodsauna of stoombad werkt op een ander principe en heeft geen stenen die je nat maakt. Als je specifiek op zoek bent naar de ervaring met stenen en stoom, dan is de Finse saunakachel de juiste keuze.
Wil je een prettige saunasessie? Zorg dat de kachel en stenen minstens 30 tot 45 minuten de tijd krijgen om volledig op temperatuur te komen. Ga je te snel de sauna in, dan mist de sessie het warme, omhullende gevoel waar de stenen voor zorgen.

